|
|
|
Wat is
scenariodenken? |
|
|
|
|
|
Strategieën van grotere organisaties bestaan meestal uit
vele tientallen maatregelen die betrekking hebben op alle
managementbouwstenen.
De meeste maatregelen hebben sterke
onderlinge verbanden. Zo heeft het invoeren van
competentiemanagement geen zin als de
personeelsadministratie niet deugt en zal verdere
automatisering van de werkstroom vastlopen als de processen
niet beschreven zijn.
Om grip te houden op deze verbanden
worden deze maatregelen als ‘maatregel–paketten’ of
scenario’s bestuurd. Elk scenario kent een aantal plateaus
die dienst doen als besturingsmijlpalen.
De werking van
het scenario–denken is het best uit te leggen aan de hand
van de manier waarop een bergbeklimmingsexpeditie
georganiseerd word. Bij de start van de expeditie wordt een
aantal mogelijke routes naar de top globaal uitgestippeld
(scenario’s). Op de route wordt een aantal basiskampen
ingericht (plateaus) waar iedereen kan hergroeperen en
uitrusten voordat de tocht naar een volgend kamp wordt
voortgezet. Als alle klimmers op het basiskamp gearriveerd
zijn wordt de balans opgemaakt. Wie gaat er verder en welke
volgend deel van de route volgen we?
De maatregelen zijn
te vergelijken met individuele bergbeklimmers. Alle
maatregelen moeten eerst het gewenste resultaat gehaald
hebben, alvorens besloten wordt over de volgende stappen.
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
Aan de basis van elk scenario ligt een analyse van de
belangrijkste interne en externe invloedsfactoren of
krachten die een rol spelen. Aan de externe kant
onderscheiden we de pull– en de push–kracht. De pull staat
voor de vraag of trekkracht die de markt, klanten en andere
stakeholders hebben in termen van eisen en wensen aan het
resultaat van de organisatie. Met de push wordt het aanbod
of de duwkracht bedoeld van de leveranciers en de
technologie. Welke nieuwe ontwikkelingen en mogelijkheden
zijn er, en hoe kunnen we daar als organisatie van
profiteren? Aan de interne kant zien we de derde kracht: de
portfolio ofwel de huidige assets in termen van sterktes en
zwaktes van de organisatie.
Al eerder hebben we gezien
dat scenario’s input zijn voor strategische besturing. Het
management neemt een besluit over de nieuwe of bijgestelde
richting van de organisatie door te kiezen voor een bepaald
scenario. Om een goed besluit te kunnen nemen moet de impact
van de diverse scenario’s duidelijk zijn. Daartoe wordt –in
de fase strategie–ontwikkeling– voor elk scenario een
impactanalyse uitgevoerd. Hieronder is een voorbeeld
opgenomen van een impactanalyse voor de invoering van nieuwe
informatievoorzieningen. |
|
|
1. Toegevoegde waarde (resultaten)
|
|
|
|
In welk opzicht draagt de maatregel bij aan de
effectiviteit en efficiëntie van de organisatie. In hoeverre
is een wijziging noodzakelijk (must have), gewenst (should
have) of niet direct dringend (would have). |
|
|
2. Financiële impact (kosten)
|
|
|
|
Wat zijn de ontwikkelkosten. Wat
zijn de beheer– en licentiekosten. Welke opleidingskosten. |
|
|
3. Organisatorische impact
|
|
|
|
Welke organisatorische eenheden
worden geraakt, Welke wijzigingen in werkwijze brengt
verandering met zich mee. |
|
|
4. Doorlooptijd
|
|
|
|
Ontwikkeltijd, Invoeringstijd |
|
|
5. Complexiteit
|
|
|
|
Welke andere onderdelen moeten
‘mee’veranderen. Is er sprake van een innovatie of is het
‘proven’ technology |
|
| |
Terug naar
Hoe ziet een strategie eruit? |
|
|
|
 |