| |
Structuur beschrijft de vorm en werking van een organisatie.
Daarbij gaat het alleen om de harde formele regels. Alle
overige zachte ongeschreven regels, gewoontes, normen en
waarden die de vorm en werking van de organisatie minstens
evenveel bepalen, vallen onder cultuur.
In de literatuur
lijken er twee denkrichtingen te bestaat als het over
structuur gaat: degenen die structuur gelijk stellen aan
organisatiestructuur en degenen die processen zien als het
belangrijkste middel om de structuur de beschrijven. We
zullen laten zien dat beide ‘structuren’ nodig zijn en
elkaar aanvullen, mits op de juiste wijze en in samenhang
ontworpen.
Eén en ander neemt niet weg dat het zich sterk
ontwikkelende procesdenken een zeer belangrijke stempel op
de structuur van organisaties drukt. Denken in resultaten en
klant–leverancier–relaties, de systematische besturing van
processen met de PDCA–regelkring: het zijn inmiddels
algemeen geaccepteerde uitgangspunten die de werking van
traditioneel georganiseerde organisaties aanzienlijk op zijn
kop zetten.
Naast een goed inzicht in de
werking en
basisbegrippen spelen er bij de bouwsteen
‘structuur’ twee hoofdvragen:
- Hoe bestuur ik het object structuur zelf (welke
issues)? en
- Hoe ziet (de proces–)structuur eruit waarmee de
organisatie als geheel bestuurd kan worden (welke
voorbeelden, sjablonen)?
|
|
|
Bij de beantwoording van de eerste vraag dienen we ons
te realiseren dat structuur, met zoals bijvoorbeeld
mensen
en middelen, een besturingsvariabele is. Als we andere
resultaten willen halen, moeten we anders werken en moeten
we onze structuur aanpassen. Deze issues
behandelen we op
strategisch, tactisch en operationeel niveau.
- Op
strategisch niveau speelt dan de vraag of –en in hoeverre–
we een procesgerichte structuur willen hebben.
- De besturing van structuur op
tactisch
niveau gaat over de inrichting en herinrichting van de
structuur. Hoe ontwerpen we processen en –belangrijker
nog– hoe verbeteren we ze? Kwaliteitssystemen,
interne en
externe audits, benchmarking,
kwaliteitssystemen en ISO zijn issues die op dit niveau
aan de orde komen.
- Op
operationeel niveau tenslotte gaat
het om het verrichten, het werken met processen. Hoe
implementeer je processen en hoe beheers je de feitelijke
besturing op de werkvloer?.
De tweede vraag gaat over de soorten
processen die nodig zijn binnen een organisatie. We volgen
daarbij het bekende onderscheid tussen besturende, primaire
(uitvoerende) en ondersteunende processen. Hoe zien deze
processen eruit? Welke onderdelen daarvan zijn generiek
–algemeen toepasbaar– en hoe werken ze samen? Aan dit
onderwerp wordt in het laatste deel (§ 2.3) uitgebreid
aandacht besteed. Naast een beschrijving en karakterisering
van de soorten processen is een groot aantal voorbeelden van
generieke processjablonen opgenomen. |
|